steenweg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[2] Steenweg in Utrecht
Uitspraak
Woordafbreking
  • steen·weg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord steenweg steenwegen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

steenweg m

  1. (verkeer) (verouderd) een grote verharde weg
  2. steenweg komt nog veel voor in de naam van straten en wegen
    • ‘Het was echt wel nodig om fietsers een alternatief te bieden, want de Kortrijkse en Oudenaardse Steenweg kan je bezwaarlijk als fietsvriendelijk beschouwen’, zei schepen Filip Watteeuw (Groen), die zondagmorgen om 8 uur mee kwam kijken hoe de Gentse metaalbouwer Aelterman de klus zou klaren.[1] 
    • Het bericht op Facebook was volgens de praktijk gewoon een aankondiging. ,,Het is een heel eigen leven gaan leiden’’, zegt de assistente van de praktijk aan de Steenweg. ,,Er ontstaat ineens iets dat we helemaal niet voor mogelijk hielden.’’[2] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. de Standaard 20 NOVEMBER 2017
  2. Tubantia Tom van der Meer 25-09-17,