steendruk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

[2] steendruk
Uitspraak
Woordafbreking
  • steen·druk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord steendruk steendrukken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

steendruk m [1]

  1. de techniek van het afdrukken maken met behulp van een vlakke steen
  2. afdruk gemaakt met behulp van een op een vlakke steen gemaakte tekening
    • In zijn eigen werk zijn minieme veranderingen genoeg. „Bij de steendrukken die ik maak, is de ene afdruk net anders dan de andere”, vertelt de hoogleraar. [2] 
    • Het lijkt een vorm van zelfkastijding dat de Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde, dit jaar een eeuw oud, eigenaar is van verreweg de grootste collectie tandarts-prenten ter wereld. Veel spotprenten zitten er tussen de ongeveer 700 tekeningen, etsen, kopergravures, hout- en steendrukken. [3] 
    • Het kwam voor dat een deel van het houtblok werd gebruikt voor twee geheel verschillende prenten. Geestig ook is een Münchhausen-versie van vlak na 1900 (als de houtsnede plaats heeft gemaakt voor steendruk) waarop de leugenbaron zich in plaats van te paard op een fiets door veld en beemd beweegt. [4] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen