politie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Politie.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·li·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord politie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

politie v

  1. een overheidsdienst die belast is met de handhaving van de openbare orde en veiligheid en met het opsporen van wetsovertreders
    Als je te hard rijdt, krijg je een bekeuring van de politie.
enkelvoud meervoud
naamwoord politie polities
verkleinwoord politietje politietjes

Zelfstandig naamwoord

politie m

  1. (spreektaal) een politieagent
    Die politie stond op de hoek te kijken, maar hij deed verder niets.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl