politiehond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·li·tie·hond
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord politiehond politiehonden
verkleinwoord politiehondje politiehondjes

Zelfstandig naamwoord

politiehond m/v

  1. een hond die door de politie wordt gebruikt voor het uitvoeren van politietaken
    • De politiehond beet de inbreker in zijn been. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie