garda
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| garder |
garda
- derde persoon enkelvoud verleden tijd (passé simple) van garder
garda
garda v
- (sport) de houding van de handen om het hoofd en de buik te beschermen
- IPA: /garda/
- gar·da
- Afgeleid van het Franse garde
garda v
- garde; lijfwacht
- garde; een militaire elite-eenheid
- garde, militie; een eenheid van vrijwilligers
- garde; een groep aanhangers van een bepaalde beweging of personen uit eenzelfde generatie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nominatief | garda | gardy |
| genitief | gardy | gard |
| datief | gardě | gardám |
| accusatief | gardu | gardy |
| vocatief | gardo | gardy |
| locatief | gardě | gardách |
| instrumentalis | gardou | gardami |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- Internetová jazyková příručka - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Slovník spisovného jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Příruční slovník jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Česko-německý slovník Fr. Št. Kotta - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch / Duits)
Categorieën:
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 5
- Werkwoordsvorm in het Frans
- Woorden in het Gotisch
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Gotisch
- Woorden in het Pools
- Zelfstandig naamwoord in het Pools
- Sport in het Pools
- Woorden in het Tsjechisch
- Woorden in het Tsjechisch met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch