politi

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·li·ti
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Griekse woord "politeia" (polis, stad)
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   politi     politiet     -     -  
genitief   politis     politiets     -     -  

Zelfstandig naamwoord

politi, o

  1. politie
    «Politiet er en del af den udøvende magt.»
    De politie is een deel van de uitvoerende macht.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • dummere (naivere, ..) end politiet tillader
zo dom als een ezel
zo dom als een koe


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·li·ti
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Griekse woord "politeia" (polis, stad)
Naar frequentie 1199
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   politi     politiet     politi
politier  
  politia
politiene  
genitief   politis     politiets     politis
politiers  
  politias
politienes  

Zelfstandig naamwoord

politi, o

  1. politie
    «Etter det politiet sier, var det promillekjøring. »
    Volgens de politie was dat een dronkenmansrit.
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

politi, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van politi
Schrijfwijzen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·li·ti
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Griekse woord "politeia" (polis, stad)
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   politi     politiet     politi     politia  

Zelfstandig naamwoord

politi, o

  1. politie
    «Vi vil ha eit politi som førebyggjer og som effektivt kjempar mot kriminalitet av ulike slag.»
    We zullen een politie hebben die verhoedt en die effectief strijdt tegen de misdaden van verschillende soorten.
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

politi, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van politi