politiewerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·li·tie·werk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord politiewerk politiewerken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

politiewerk o

  1. werkzaamheden die de taak van een politieagent vormen
    • Na uitstekend politiewerk werd de ontvoerder in de kraag gegrepen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be