polis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·lis
Woordherkomst en -opbouw
  • [1] Uit Frans police “verzekeringspolis, -bewijs” (uit Italiaans polizza “certificaat, attestatie”), voor het eerst aangetroffen in 1563. [1] [2]
  • [2] Wetenschappelijke ontlening uit Oudgrieks πόλις, in de betekenis van ‘stad’ voor het eerst aangetroffen in 1976. [1] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord polis polissen
verkleinwoord polisje polisjes

Zelfstandig naamwoord

polis v/m [4]

  1. schriftelijke vastlegging van een overeenkomst
  2. (wetenschap) (geschiedenis) (Griekse) stad
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Bijvoeglijk naamwoord

polis

  1. mannelijk meervoud van poli


Indonesisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·lis
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

polis

  1. verzekeringspolis, -bewijs


Maleis

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·lis
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

polis

  1. (overheidsdienst) politie


Papiaments

Zelfstandig naamwoord

polis

  1. (overheidsdienst) politie


Turks

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·lis
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

polis

  1. (overheidsdienst) politie
  2. politieagent

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·lis
Woordherkomst en -opbouw
  • [1] Sinds 1785, afkomstig van het Franse police “ordedienst, politie”, zie ook Latijn politia. Verwant aan o.a. politik, metropol, policy en politruk
  • [2] Sinds 1662, afkomstig van het Franse police “verzekeringspolis, -bewijs” (uit Italiaans polizza “certificaat, attestatie”).
Naar frequentie 744
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   polis     polisen     poliser     poliserna  
genitief   polis     polisens     polisers     polisernas  

.

Zelfstandig naamwoord

polis, g

  1. politie (overheidsdienst)
  2. polis, verzekeringspolis
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: förbjuden av polisen
volgens de politieverordening verboden
  • [1]: hemlig polis
geheime politie
  • [1]: kvinnlig polis
agente, politieagente, politievrouw

Zelfstandig naamwoord

polis

  1. genitief onbepaald gemeenschappelijk geslacht enkelvoud van polis

Meer informatie