polis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·lis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord polis polissen
verkleinwoord polisje polisjes

Zelfstandig naamwoord

polis v/m

  1. schriftelijke vastlegging van een overeenkomst
Afgeleide begrippen


Frans

Bijvoeglijk naamwoord

polis

  1. mannelijk meervoud van poli


Maleis

Zelfstandig naamwoord

polis

  1. (overheidsdienst) politie


Papiamento

Zelfstandig naamwoord

polis

  1. (overheidsdienst) politie


Turks

Zelfstandig naamwoord

polis

  1. (overheidsdienst) politie


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·lis
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

polis g

  1. (overheidsdienst) politie
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   polis     polisen     poliser     poliserna  
genitief   polis     polisens     polisers     polisernas  
Afgeleide begrippen