lucht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lucht
enkelvoud meervoud
naamwoord lucht luchten
verkleinwoord luchtje luchtjes

Zelfstandig naamwoord

lucht v/m [1]

  1. het mengsel van gassen waaruit de atmosfeer bestaat [2]
    Het apparaat gaf aan dat de lucht niet schoon was.
  2. hemel, uitspansel
  3. geur, stank
Uitdrukkingen en gezegden
  • in de lucht vliegen
exploderen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
luchten

lucht

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van luchten
  2. gebiedende wijs van luchten
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. etymologiebank.nl

Meer informatie