lucht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lucht
enkelvoud meervoud
naamwoord lucht luchten
verkleinwoord luchtje luchtjes

Zelfstandig naamwoord

lucht v/m [1]

  1. het mengsel van gassen waaruit de atmosfeer bestaat [2]
    Het apparaat gaf aan dat de lucht niet schoon was.
  2. hemel, uitspansel
  3. geur, stank
Uitdrukkingen en gezegden
  • in de lucht vliegen
exploderen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
luchten

lucht

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van luchten
  2. gebiedende wijs van luchten
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. etymologiebank.nl