luchtig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • luch·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen luchtig luchtiger luchtigst
verbogen luchtige luchtigere luchtigste
partitief luchtigs luchtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

luchtig

  1. met lucht doortrokken
    Dit luchtige baksel is erg lekker.
  2. van vrolijke aard, zorgeloos
    Dit was het luchtigste optreden dat ik ooit van hem gezien heb; meestal is hij vrij ernstig.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl