luchtpijp

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lucht·pijp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord luchtpijp luchtpijpen
verkleinwoord luchtpijpje luchtpijpjes

Zelfstandig naamwoord

luchtpijp v/m

  1. (anatomie) de luchtweg tussen het strottenhoofd tot aan de opsplitsing in de hoofdbronchi
  2. een pijpje waardoor ademgehaald kan worden
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie