hemel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·mel
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: hemel
Oudnederlands: himil, himel
Germaans: *himilaz
Indo-Europees: *k(')em-en-, *k(')em-er-
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: heaven (Angelsaksisch: heofon), Duits: Himmel, (Oudhoogduits: himil), Fries: himel (Oudfries: himel, himil)
Noord: Zweeds/Deens/Noors: himmel, (Oudnoords: himinn), IJslands: himinn
Oost: Gotisch: himins
1. enkelvoud meervoud
naamwoord hemel hemels
verkleinwoord hemeltje hemeltjes
2. enkelvoud meervoud
naamwoord hemel hemelen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hemel m

  1. lucht, onmetelijke ruimte die overal op aarde bovenaan zichtbaar is
  2. (religie) hiernamaals, het leven na de dood, de plaats waar de goden verblijven
  3. baldakijn
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • iets of iemand de hemel in prijzen
zeggen dat iets of iemand heel goed is
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie