luchtmacht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lucht·macht
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘krijgsmachtonderdeel dat strijdt in de lucht’ voor het eerst aangetroffen in 1953 [1]
  • samenstelling van  lucht   en  macht  
enkelvoud meervoud
naamwoord luchtmacht luchtmachten
verkleinwoord luchtmachtje luchtmachtjes

Zelfstandig naamwoord

luchtmacht v/m

  1. een krijgsmacht in de lucht die bestaant uit vliegtuigen, raketten, projectielen en personeel
    • Hij wil erg graag een opleiding bij de luchtmacht doen. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen