air

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • air
enkelvoud meervoud
naamwoord air airs
verkleinwoord airtje

Zelfstandig naamwoord

air o

  1. gezicht, houding
Vertalingen


Engels

Zelfstandig naamwoord

air

  1. lucht (het mengsel van gassen waar de atmosfeer uit bestaat)
Afgeleide begrippen


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

air m

  1. lucht (het mengsel van gassen waar de atmosfeer uit bestaat)
  2. luchtruim
  3. klimaat
  4. frisheid
  5. uiterlijk, voorkomen, gezicht
  6. houding, manier van doen
  7. wijs, deuntje, lied, liedje
  8. vliegwezen, luchtverkeer


Iers

Voorzetselvorm

air

  1. vorm van ar voor de derde persoon enkelvoud
    «Air.»
    Op hem.


Indonesisch

Woordafbreking
  • air

Zelfstandig naamwoord

air

  1. water, kleurloze vloeistof, vocht
  2. sap
Afgeleide begrippen


Maleis

Zelfstandig naamwoord

air

  1. water
  2. kleurloze vloeistof