luchtboog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lucht·boog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord luchtboog luchtbogen
verkleinwoord luchtboogje luchtboogjes

Zelfstandig naamwoord

luchtboog m

  1. een boog tussen gewelfdragende muren van een gebouw en steunbeer om horizontale krachten naar de steunbeer over te brengen

Meer informatie

Gangbaarheid