Naar inhoud springen

stank

Uit WikiWoordenboek
  • stank
enkelvoud meervoud
naamwoord stank stanken
verkleinwoord stankje stankjes

destankm

  1. een sterke, stinkende geur
    • De stank was niet te harden. 
    • Er hing een misselijkmakende stank van rottende kadavers in de lucht. 
     De stank van hun verkoolde lichamen liestankt me kokhalzen, ' appte Selma me als vertaling.[2]
     De stank deed vermoeden dat er vroeger duidelijk te veel was gerookt in de kamer.[3]
     Wie had ooit meer dan drie woorden met haar gewisseld in die stank van pis en ongewassen lijf? Ze was een overblijfsel uit de tijd van turf en plaggen, van walmende pitten en vochtig hout, van stro op de vloer, dieren die binnenshuis werden gehouden.[4]
  • stank voor dank
een boze ontevreden opmerking krijgen als je iemand geholpen hebt
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  1. stank op website: Etymologiebank.nl
  2. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be