stank

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stank
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stank stanken
verkleinwoord stankje stankjes

Zelfstandig naamwoord

stank m

  1. een sterke, stinkende geur
    • De stank was niet te harden. 
    • Er hing een misselijkmakende stank van rottende kadavers in de lucht. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • stank voor dank
een boze ontevreden opmerking krijgen als je iemand geholpen hebt
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen