luchtvaartuig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lucht·vaar·tuig
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord luchtvaartuig luchtvaartuigen
verkleinwoord luchtvaartuigje luchtvaartuigjes

Zelfstandig naamwoord

luchtvaartuig o

  1. een voertuig in staat om te vliegen.
    • Het luchtvaartuig werd als onbemand vliegtuig bestuurd. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be