zeelucht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·lucht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeelucht zeeluchten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zeelucht v/m

  1. lucht aan of op zee
    • Hij snoof de zilte zeelucht op. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.