luchtruim

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lucht·ruim
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord luchtruim luchtruimen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

luchtruim o

  1. (luchtvaart) de luchtlagen boven een bepaald grondgebied
    • Het luchtruim boven grote delen van Europa werd vanwege een aswolk gesloten. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie