luchten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • luch·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
luchten
luchtte
gelucht
zwak -t volledig

Werkwoord

luchten

  1. aan de frisse lucht blootstellen
    De gevangenen werden één uur gelucht.
  2. gevoelens uiten
    Ze moest op een gegeven moment haar hart luchten.
Uitdrukkingen en gezegden
  • Iemand niet kunnen luchten of zien
een hekel aan iemand hebben
  • Zijn hart luchten
iemand over de problemen vertellen die hij bij zich draagt

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie