Naar inhoud springen

ervoor

Uit WikiWoordenboek
  • er·voor
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     voor  
 persoonlijk     ervoor  
aanwijz.  nabij     hiervoor  
  veraf     daarvoor  
  vragend/betrekk.     waarvoor  

(scheidbaar)
ervoor

  1. persoonlijk: vervangt *voor+het, *voor+ze
    1. voor het doel, vanwege de reden
      • Je moet het ervoor overhebben. 
      • Hij is ervoor beloond. 
       Terlouw pleitte ervoor "progressief, onafhankelijk, kritisch en redelijk" te zijn. Hij zette zichzelf neer als optimist en idealist, die stond voor de zorg voor de aarde en het milieu. Het was een boodschap die hij ook na zijn politieke carrière tot op hoge leeftijd zou blijven uitdragen.[1]
    2. voor deze tijd
       'Hij had mama vlak ervoor gebeld om te zeggen dat het niet goed met hem ging.[2]
       Dit alles betekende ook dat ik mijn gezin lange tijd niet zou zien. Gelukkig had mijn vrouw daar geen probleem mee omdat ze zelf kort ervoor een lange wandeling naar Santiago de Compostela had gemaakt.[3]
      • Sinds 1813 is Nederland een koninkrijk. Ervoor was het een republiek 
98 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[4]
  1. Bronlink geraadpleegd op 16 mei 2025 Weblink bron
    Dik Verkuil
    “Het vertrouwen van Jan Terlouw was zijn kracht en zijn zwakte” (16 mei 2025), NOS
  2. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be