ertegenaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • er·te·gen·aan
Woordherkomst en -opbouw
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     tegenaan  
 persoonlijk     ertegenaan  
aanwijz.   nabij     hiertegenaan  
  veraf     daartegenaan  
  vragend/betrekk.     waartegenaan  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
ertegenaan

  1. vervangt persoonlijk vnw. : *tegen+het+aan, tegen+ze+aan: vlak bij in de buurt
    • Het zit tegen een bes aan =>dit hoort een bes te zijn, maar het zit ertegenaan. 
    • Het zit er net tegenaan. 

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.