da

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: DA

Universeel

Voorvoegsel

da

  1. (natuurkunde) voorvoegsel voor deca-, 101
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Bretons

enkelvoud meervoud
1 din dimp
2 dit deoc'h
3 m dezhañ dezho
3 v dezhi
onp. deor

Voorzetsel

da

  1. te, in, naar


Deens

Voegwoord

da

  1. omdat, vermits
    «Han er ikke god til disse ting, da han gør sit bedste.»
    Hij is niet goed in dit zaken, omdat hij zijn best niet doet.


Duits

Voegwoord

da

  1. daar, omdat, aangezien
    «Ich will es dir sagen, da ich dich liebe.»
    Ik wil het jou vertellen, omdat ik van je houdt.

Bijwoord

da

  1. daar, op die plaats
    «Da ist die Drecksack!»
    Daar is die vuile schoft!
  2. toen, op dat tijdstip
    «Sie sah ihn böse an, da fing er an zu weinen.»
    Ze keek hem boos aan, toen begon hij te huilen.


Engels

enkelvoud meervoud
da das

Zelfstandig naamwoord

da

  1. Noord-Engeland, Schotland, Ierland (tweeletterwoord) vader, pappa
  2. een Russisch jawoord
    In the United Nations there was even a da to be heard.

Tussenwerpsel

da

  1. ja, gezegd door Russen
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Engels

aaabadaeagahaialamanarasatawaxaybabebibobydadedidoedefehelemeneresetexfafigigohahehihmhoidifinisitjokakilalilomamemimmmomumynanenonuodoeofohoiomonoporosowoxoypapepiqireshsisotatitouhumunupusutwewoxixuyayeyoza


Italiaans

Voorzetsel

da

  1. van
Afgeleide begrippen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • da
Naar frequentie 49

Bijwoord

da

  1. toen
Synoniemen

Voegwoord

da

  1. toen
    «Da morgenen kom, regnet det.»
    Toen 's morgens kwam, regende het.
Synoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • da

Bijwoord

da

  1. toen
Schrijfwijzen

Voegwoord

da

  1. toen
    «Da morgonen kom, regna det.»
    Toen 's morgens kwam, regende het.
Schrijfwijzen


Roemeens

Bijwoord

da

  1. ja


Vietnamees

Zelfstandig naamwoord

da

  1. huid, vel


Welsh

Bijvoeglijk naamwoord

da

  1. goed


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
dar

da

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van dar