Naar inhoud springen

erdoor

Uit WikiWoordenboek
  • er·door
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     door  
 persoonlijk     erdoor  
aanwijz.  nabij     hierdoor  
  veraf     daardoor  
  vragend/betrekk.     waardoor  

(scheidbaar)
erdoor

  1. met het genoemde als oorzaak
    • Ze werden erdoor verslagen. 
  2. met het genoemde vermengd
    • Als de melk kookt doe dan de suiker erdoor. 
  3. binnen het genoemde van de ene naar de andere kant
    • Ze maakte een gaatje en stak haar vinger erdoor. 
88 %van de Nederlanders;
93 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be