eraf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • er·af
Woordherkomst en -opbouw
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     af  
 persoonlijk     eraf  
aanwijz.   nabij     hieraf  
  veraf     daaraf  
  vragend/betrekk.     waaraf  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
eraf

  1. vervangt *van het af, *van ze af
    • Toen sprong hij eraf. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.