eruit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • er·uit
Woordherkomst en -opbouw
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     uit  
 persoonlijk     eruit  
aanwijz.   nabij     hieruit  
  veraf     daaruit  
  vragend/betrekk.     waaruit  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
eruit

  1. vervangt: *uit het, *uit ze
    • Eruit! 
    • Hij nam er wat uit. 

Bijwoord

eruit

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    • eruitzien: hij ziet eruit alsof hij in de sloot gevallen is. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • eruit kunnen komen
tot overeenstemming kunnen komen
  • het harde woord moet eruit
de vervelende waarheid moet gezegd worden
  • zo komt het luie zweet eruit
iemand werkt harder dan hij normaal doet

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.