erover

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

water met brug erover
Uitspraak
Woordafbreking
  • er·over
Woordherkomst en -opbouw

samenstelling van  er bw  en  over vz 

  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     over  
 persoonlijk     erover  
aanwijz.   nabij     hierover  
  veraf     daarover  
  vragend/betrekk.     waarover  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
erover

  1. boven dit (heen)
    • Toen ze bij het hek kwam is zij erover geklommen. 
    • Het dorp is in gevaar nu er steeds meer water over de dijk stroomt. 
  2. aangaande dit onderwerp
    • Hij schrijft erover in zijn boek. 
    • Hij schrijft er in zijn boek een heel hoofdstuk over. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • erover gaan
het als verantwoordelijkheid hebben, bevoegd zijn
  • Zand erover!
Het is vergeven en vergeten.
  • de zweep erover halen
mensen met geweld en dwang aansporen tot grotere prestaties

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.