deg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
deg degs

Zelfstandig naamwoord

deg

  1. (meetkunde) (eenheid) graad, 1/360 van een cirkelboog
  2. (natuurkunde) (eenheid) graad volgens een aangegeven temperatuurschaal
  3. (medisch) degeneratie
Synoniemen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • deg
Naar frequentie 14

Persoonlijk voornaamwoord

deg

  1. je, jou, u (informeel)
    «Jeg kan hjelpe deg med det meste til ditt arrangement.»
    Ik kan u helpen met de meeste taken van uw evenement.
Noorse persoonlijke voornaamwoorden (in het Bokmål)
getal / respect pers. genus / bezield onderwerp (nominatief) nld. voorwerp (accusatief) nld.
enkelvoud 1e   jeg ik meg mij
2e   du jij deg jou
3e m persoon
m ding
han
den
hij han / ham
den
hem
v persoon
v ding
hun
den
zij henne
den
haar
o det het det het
meervoud 1e   vi wij oss ons
2e   dere jullie dere jullie
3e   de zij dem hen
beleefdheidsvorm 2e   De u Dem u


Nynorsk

Woordafbreking
  • deg

Persoonlijk voornaamwoord

deg

  1. je, jou, u (informeel)
Nynorske persoonlijke voornaamwoorden
getal / respect pers. genus onderwerp (nominatief) nld. voorwerp (accusatief) nld.
enkelvoud 1e   eg ik meg mij
2e   du jij deg jou
3e m han hij han (honom) hem
v ho zij ho / henne haar
o det het det het
meervoud 1e   vi wij oss ons
2e   de jullie dykk jullie
3e   dei zij dei hen
beleefdheidsvorm 2e   De u Dykk u


Welsh

Telwoord (cym)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400
5 15 50 500
6 16 60 600
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900

Hoofdtelwoord

deg

  1. tien