deg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • deg
Naar frequentie 14

Persoonlijk voornaamwoord

deg

  1. u, je (informeel), jou (informeel)
    «Jeg kan hjelpe deg med det meste til ditt arrangement.»
    Ik kan u helpen met de meeste taken van uw evenement.

De Noorse persoonlijke voornaamwoorden (in het bokmål)

hoeveelheid / speciale geval persoon woordgeslacht en delgroepen onderwerp (nominatief) voorwerp (accusatief) Nederlands (nominatief)
enkelvoud 1.  
jeg
meg
ik
2.  
du
deg
jij
3. mannelijk :
personen
dingen

han
den

han / ham
den
hij
vrouwelijk :
personen
dingen

hun
den

henne
den
zij
onzijdig
det
det
het
meervoud 1.  
vi
oss
wij
2.  
dere
dere
jullie
3.  
de
dem
zij
beleefdheidsvorm 2.  
De
Dem
U, u


Welsh

Telwoord (cym)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400
5 15 50 500
6 16 60 600
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900

Hoofdtelwoord

deg

  1. tien