ho

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: hồ

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho

Tussenwerpsel

ho!

  1. een uitroep die iets tot staan wil brengen.
    "Ho!" riep hij luid, toen hij zag dat de kinderen het pas ingezaaide grasveld over wilden steken.


Catalaans

Persoonlijk voornaamwoord

ho o

  1. het (lijdend voorwerp, vóór het werkwoord)


Engels

Tussenwerpsel

ho

  1. (scheepvaart) een uitroep om aandacht te verkrijgen.
    «Sail ho
    Hijs de zeilen!
enkelvoud meervoud
ho hos
hoes

Zelfstandig naamwoord

ho

  1. hoer, prostituee
    «He even accused her on the air of being a nappy-headed ho
    Hij beschuldigde haar er zelfs in zijn programma van een hoer met vieze haren te zijn.


Noors

Tussenwerpsel

ho

  1. een bespottelijke uitroep
    «Ho, ho, der fikk du høre sannheten!»
    Ho, ho, daar heb je de waarheid te horen gekregen!


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho

Persoonlijk voornaamwoord

ho

  1. (3e persoon enkelvoud nominatief vrouwelijk), (alleen voor personen en gepersonificeerde begrippen) zij
    «Mor mi sa at ho skulle gjere det.»
    Mijn moeder zei dat ze het zou doen.
Verwante begrippen

De Nynorske persoonlijke voornaamwoorden

hoeveelheid / speciale geval persoon woordgeslacht en delgroepen onderwerp (nominatief) voorwerp (accusatief) Nederlands (nominatief)
enkelvoud 1.  
eg
meg
ik
2.  
du
deg
jij
3.
mannelijk
han
han / honom
hij
vrouwelijk
ho
ho / henne
zij
onzijdig
det
det
het
meervoud 1.  
vi
oss
wij
2.  
de
dykk
jullie
3.  
dei
dei
zij
beleefdheidsvorm 2.  
De
Dykk
U, u

Tussenwerpsel

ho

  1. een bespottelijke uitroep
    «Ho, ho, der fekk du høyre sanninga!!»
    Ho, ho, daar heb je de waarheid te horen gekregen!

Zelfstandig naamwoord

ho v

  1. vrouwtje
Verbuiging
v enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ho     hoa
(hoi)  
  hoer     hoene  
genitief   hos     hoas
(hois)  
  hoers     hoenes  
Synoniemen