ho

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: hồ


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho

Tussenwerpsel

ho!

  1. een uitroep die iets tot staan wil brengen.
    "Ho!" riep hij luid, toen hij zag dat de kinderen het pas ingezaaide grasveld over wilden steken.

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders
59 % van de Vlamingen.


Catalaans

Persoonlijk voornaamwoord

ho o

  1. het (lijdend voorwerp, vóór het werkwoord)


Engels

Tussenwerpsel

ho

  1. (scheepvaart) een uitroep om aandacht te verkrijgen.
    «Sail ho
    Hijs de zeilen!
enkelvoud meervoud
ho hos
hoes

Zelfstandig naamwoord

ho

  1. hoer, prostituee
    «He even accused her on the air of being a nappy-headed ho
    Hij beschuldigde haar er zelfs in zijn programma van een hoer met vieze haren te zijn.


Noors

Tussenwerpsel

ho

  1. een bespottelijke uitroep
    «Ho, ho, der fikk du høre sannheten!»
    Ho, ho, daar heb je de waarheid te horen gekregen!


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho

Persoonlijk voornaamwoord

ho

  1. (3e persoon enkelvoud nominatief vrouwelijk), (voor vrouwelijke personen en woorden met vrouwelijk genus) zij
    «Mor mi sa at ho skulle gjere det.»
    Mijn moeder zei dat ze het zou doen.
  2. (3e persoon enkelvoud accusatief vrouwelijk), (voor vrouwelijke personen en woorden met vrouwelijk genus) haar
    «Eg ser ho
    Ik zie haar.
Verwante begrippen
Nynorske persoonlijke voornaamwoorden
getal / respect pers. genus onderwerp (nominatief) nld. voorwerp (accusatief) nld.
enkelvoud 1e   eg ik meg mij
2e   du jij deg jou
3e m han hij han (honom) hem
v ho zij ho / henne haar
o det het det het
meervoud 1e   vi wij oss ons
2e   de jullie dykk jullie
3e   dei zij dei hen
beleefdheidsvorm 2e   De u Dykk u

Tussenwerpsel

ho

  1. een bespottelijke uitroep
    «Ho, ho, der fekk du høyre sanninga!!»
    Ho, ho, daar heb je de waarheid te horen gekregen!

Zelfstandig naamwoord

ho v

  1. vrouwtje
Verbuiging
v enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ho     hoa
(hoi)  
  hoer     hoene  
genitief   hos     hoas
(hois)  
  hoers     hoenes  
Synoniemen