bezield

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zield
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bezield bezielder meest bezield
verbogen bezielde bezieldere meest bezielde

Bijvoeglijk naamwoord

bezield

  1. enthousiast
  2. levend en met een eigen wil
    • Uit niets, de onbezielde materie, ontstaat opeens iets, wat leeft 
Antoniemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
bezielen

bezield

  1. voltooid deelwoord van bezielen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.