Naar inhoud springen

voorwerp

Uit WikiWoordenboek
  • voor·werp
enkelvoud meervoud
naamwoord voorwerp voorwerpen
verkleinwoord voorwerpje voorwerpjes

hetvoorwerpo

  1. een object, iets dat fysiek bestaat
     Met groeiende paniek pakt ze het voorwerp op, en ze loopt ermee naar een raam aan de voorkant om het beter te kunnen bekijken.[3]
     Dan volgde er een verhaal over waar je dat voorwerp voor zou kunnen gebruiken en over de tijd dat hij voor de melkfabriek nog dagelijks naar de Oranjeboomstraat in Rotterdam reed.[4]
  2. (grammatica) lijdend ~, → lijdend voorwerp
  3. (grammatica) meewerkend ~, zinsdeel dat indirect aan de handeling deelneemt → meewerkend voorwerp
  4. (grammatica) handelend ~, zinsdeel dat in de zin een handeling verricht
vervoeging van
voorwerpen

voorwerp

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorwerpen
    • ... dat ik voorwerp. 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.