henne

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Woordafbreking
  • hen·ne
Naar frequentie 1294

Persoonlijk voornaamwoord

henne

  1. haar


Noors

Woordafbreking
  • hen·ne
Naar frequentie 91

Persoonlijk voornaamwoord

henne

  1. haar
Noorse persoonlijke voornaamwoorden (in het Bokmål)
getal / respect pers. genus / bezield onderwerp (nominatief) nld. voorwerp (accusatief) nld.
enkelvoud 1e    jeg  ik  meg  mij
2e    du  jij  deg  jou
3e m persoon
m ding
 han 
 den 
hij  han  /  ham 
 den 
hem
v persoon
v ding
 hun 
 den 
zij  henne 
 den 
haar
o  det  het  det  het
meervoud 1e    vi  wij  oss  ons
2e    dere  jullie  dere  jullie
3e    de  zij  dem  hen
beleefdheidsvorm 2e    De  u  Dem  u


Nynorsk

Woordafbreking
  • hen·ne

Persoonlijk voornaamwoord

henne

  1. haar
Nynorske persoonlijke voornaamwoorden
getal / respect pers. genus onderwerp (nominatief) nld. voorwerp (accusatief) nld.
enkelvoud 1e    eg  ik  meg  mij
2e    du  jij  deg  jou
3e m  han  hij  han  ( honom ) hem
v  ho  zij  ho  /  henne  haar
o  det  het  det  het
meervoud 1e    vi  wij  oss  ons
2e    de  jullie  dykk  jullie
3e    dei  zij  dei  hen
beleefdheidsvorm 2e    De  u  Dykk  u


Zweeds

Woordafbreking
  • hen·ne

Persoonlijk voornaamwoord

henne

  1. haar