daarvan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • daar·van
Woordherkomst en -opbouw
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     van  
 persoonlijk     ervan  
aanwijz.   nabij     hiervan  
  veraf     daarvan  
  vragend/betrekk.     waarvan  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
daarvan

  1. van dat, van die
    Daarvan bestaat een tweede uitgave.
    Ik heb zonnecellen op mijn dak. Het voordeel daarvan is dat de elektriciteitsrekening lager is.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.