daarvan
Uiterlijk
- daar·van
- samenstelling van daar en van
| vnw. bijw. | ||
|---|---|---|
| voorzetselbijwoord | van | |
| persoonlijk | ervan | |
| aanwijz. | nabij | hiervan |
| veraf | daarvan | |
| vragend/betrekk. | waarvan | |
(scheidbaar)
daarvan
- van dat, van die
- Daarvan bestaat een tweede uitgave.
- Ik heb zonnecellen op mijn dak. Het voordeel daarvan is dat de elektriciteitsrekening lager is.
- ▸ De eerste helft van deze eeuw was het een rommeltje in de kunsthandel, en we zitten nog steeds met de brokken daarvan.[1]
- ▸ Ook hier geen tapijten of kleden op de grond, geen schilderijen aan de muur, slechts een bed zonder matras en een kledingkast. Toen ik de deur daarvan opendeed, zag ik een heel slagwerk aan ijzeren hangertjes hangen, maar verder was hij leeg.[1]
- Het woord daarvan staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "daarvan" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
- 1 2 Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Voornaamwoordelijk bijwoord in het Nederlands
- Trefwoorden in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %