daarbeneden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • daar·be·ne·den
Woordherkomst en -opbouw
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     beneden  
 persoonlijk     erbeneden  
aanwijz.   nabij     hierbeneden  
  veraf     daarbeneden  
  vragend/betrekk.     waarbeneden  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
daarbeneden

  1. beneden dat, beneden die
    • Daarbeneden zie je de Maas stromen. 

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.