daarbuiten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • daar·bui·ten
Woordherkomst en -opbouw
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     buiten  
 persoonlijk     erbuiten  
aanwijz.   nabij     hierbuiten  
  veraf     daarbuiten  
  vragend/betrekk.     waarbuiten  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
daarbuiten

  1. vervangt *buiten dat, buiten die
    • Daarbuiten staat een boom. 
    • Daar kan ik wel buiten. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.