gezellig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·zel·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘knus’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • Afleiding van gezel met het achtervoegsel -ig [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gezellig gezelliger gezelligst
verbogen gezellige gezelligere gezelligste
partitief gezelligs gezelligers -

Bijvoeglijk naamwoord

gezellig

  1. sociaal aangenaam
    • Wat een gezellig diner! 
  2. knus
    • Dit is een gezellige kamer. 
  3. leuk, onderhoudend
    • Dit is een gezellige brief. 
Opmerkingen
  • Het woord is moeilijk te vertalen in andere talen. Denk bijv. aan: gezellig dat je er bent! Wat is het hier gezellig!
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Nedersaksisch

Bijvoeglijk naamwoord

gezellig

  1. gezellig


Veluws

Bijvoeglijk naamwoord

gezellig

  1. gezellig