daarentegen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • daar·en·te·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘onderschikkend voegwoord’ voor het eerst aangetroffen in 1484 [1]
  • samenstelling van daar, en en tegen (of het verouderde entegen (tegen)) [2]

Voegwoord

daarentegen

  1. daarmee in tegenspraak
    • De tuin was niet goed verzorgd, daarentegen waren de kozijnen netjes in de verf gezet. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen