Naar inhoud springen

daarin

Uit WikiWoordenboek
  • daar·in
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     in  
 persoonlijk     erin  
aanwijz.  nabij     hierin  
  veraf     daarin  
  vragend/betrekk.     waarin  

(scheidbaar)
daarin

  1. aanwijzend (ver af) in+dat, in+die:
    • Het zat daarin verstopt. 
    • Daar zat het in verstopt. 
     Daarin werd beweging van belang geacht voor een gezond leven maar dienden excessen voorkomen te worden.[1]
     Daarin ligt de nadruk op het behoud van de correcte lichamelijke balans.[1]
     Geen drama, dus. Geen huilende moeder die zich vastklampt aan de kist met daarin de dode lichamen van haar kinderen.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]