bank
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bank
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bank | banken |
| verkleinwoord | bankje | bankjes |
Zelfstandig naamwoord
- een meubelstuk met zitplaats voor meer dan één persoon
- Ze zaten op de bank naar de tv te kijken.
- (economie) een financiële instelling
- Vader was naar de bank om te praten over een lening.
- een ondiepte in het water
- De boot was op een bank vastgelopen.
- (bouwkunde) gebouw waarin een financiële instelling gevestigd is
- een opslagsysteem voor gegevens of voorwerpen b.v. beeldbank, bloedbank, boekenbank, kennisbank, spermabank
- harde aardlaag
- donkere laag of streep van wolken aan de horizon.
- werktafel b.v. draaibank etc.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: op de bank zitten
geen werkopdracht hebben
Overerving en ontlening
- [2] Indonesisch: bank
Vertalingen
1. een meubelstuk met zitplaats voor meer dan één persoon
2. een financiële instelling
3. een ondiepte in het water
4. gebouw waarin een financiële instelling gevestigd is
5. een opslagsysteem voor gegevens of voorwerpen b.v. beeldbank, bloedbank, boekenbank, kennisbank, spermabank
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Deens
Uitspraak
Woordafbreking
- bank
Woordherkomst en -opbouw
- Ontleend aan het Duitse woord Bank (= bank, in de betekenis zitmeubel)
| g [A] |
enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bank | banken | banker | bankene |
| genitief | banks | bankens | bankers | bankenes |
Zelfstandig naamwoord
bank g
- (economie) bank (financiële instelling)
- (bouwkunde) bank, bankgebouw
- (spel) bij bepaalde spelen de som van alle spelinzetten voor één spel, die de totale mogelijke winst uitmaakt
Hyperoniemen
- [1]: pengeinstitut
- [2]: bygning
Afgeleide begrippen
|
|
Verwante begrippen
- [1]: andelskasse
- [1]: sparekasse
- [3]: bankør
Typische woordcombinaties
- [1]: sidde på en bænk i en park
op een bankje in een park zitten
- [1]: danske banken
Deense banken
- [2]: gå i banken
in de bank gaan
- [3]: sprænge banken
de gehele (rest van de) inzetten winnen
| o [B] |
enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bank | banket | bank | bankene |
| genitief | banks | bankets | banks | bankenes |
Zelfstandig naamwoord
(B) bank o
- rammeling, ransel, een pak rammel, een pak ransel, een pak slag
- (sport) bestraffing (van een tegenstander)
- klop, slag
Synoniemen
Hyperoniemen
- [1]: afstraffelse
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- [1]: stød
Zelfstandig naamwoord
bank, mv
- onbepaalde vorm nominatief meervoud van bank (betekenis [B])
Engels
Uitspraak
- IPA: /bæŋk/
Zelfstandig naamwoord
bank
Indonesisch
Woordherkomst en -opbouw
- van het Nederlands "bank", dit is een van de Indonesische woorden van Nederlandse oorsprong
Zelfstandig naamwoord
bank
- bank (financiële instelling)
Limburgs
Uitspraak
Zelfstandig naamwoord
bank v
- (Hooglimburgs) bank (zitmeubel)
- (Hooglimburgs) bank (financiële instelling)
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| geheel | gemuteerd | verkleind | gemuteerd verkleind | geheel | gemuteerd | verkleind | gemuteerd verkleind | |
| nominatief | bank | pank | benkske | penkske | benk | penk | benkskes | penkskes |
| genitief | banks | panks | benkskes | penkskes | benk | penk | benkskes | penkskes |
| locatief | bankes | pankes | bankeske | pankeske | bankese | pankese | bankeskes | pankeskes |
| datief | bank | pank | benkske | penkske | benk | penk | benkskes | penkskes |
| accusatief | bank | pank | benkske | penkske | benk | penk | benkskes | penkskes |
Verwante begrippen
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- bank
Woordherkomst en -opbouw
- [A] Afkomstig van het Italiaanse zelfstandige naamwoord banco
- [B] Afleiding van het Noorse zelfstandige naamwoord banke.
| Naar frequentie | 1314 |
|---|
| m [A] + [B] |
enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bank | banken | banker | bankene |
| genitief | banks | bankens | bankers | bankenes |
Zelfstandig naamwoord
[A] bank m
Afgeleide begrippen
- [1]: forretningsbank
- [1]: postsparebank
- [1]: sparebank
- [1]: statsbank
- [4]: blodbank
- [4]: sædbank
- [4]: idébank
Zelfstandig naamwoord
[B] bank m
Synoniemen
Afgeleide begrippen
- [1]: hjertebank
- [1]: motorbank
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- bank
Woordherkomst en -opbouw
- [A] Afkomstig van het Italiaanse zelfstandige naamwoord banco
- [B] Afleiding van het Nynorske zelfstandige naamwoord banke.
| m [A] + [B] |
enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bank | banken | bankar | bankane |
Zelfstandig naamwoord
[A] bank m
Afgeleide begrippen
- [1]: forretningsbank
- [1]: postsparebank
- [1]: sparebank
- [1]: statsbank
- [4]: blodbank
Zelfstandig naamwoord
[B] bank m
Synoniemen
Afgeleide begrippen
- [1]: hjartebank
- [1]: rådebank
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Economie in het Nederlands
- Bouwkunde in het Nederlands
- Woorden in het Deens
- Zelfstandig naamwoord in het Deens
- Economie in het Deens
- Bouwkunde in het Deens
- Spel in het Deens
- Sport in het Deens
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Deens
- Dubbele betekenis in het Deens
- Woorden in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Woorden in het Indonesisch
- Zelfstandig naamwoord in het Indonesisch
- Woorden in het Limburgs
- Zelfstandig naamwoord in het Limburgs
- Hooglimburgs
- Woorden in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Dubbele betekenis in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Zelfstandig naamwoord in het Nynorsk
- Dubbele betekenis in het Nynorsk