bouwkunde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bouw·kun·de
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van bouwen met het achtervoegsel -kunde
Zelfstandig naamwoord
bouwkunde
- (wetenschap), (techniek) de leer van het bouwen van alles wat voor bewoning of huisvesting van mensen en hun bedrijvigheden bedoeld is
Vertalingen
1. (wetenschap)
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.