bankier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ban·kier
enkelvoud meervoud
naamwoord bankier bankiers
verkleinwoord bankiertje bankiertjes

Zelfstandig naamwoord

bankier m

  1. (beroep) iemand die financiële diensten verleent
    Oud-bankiers eisen indexatie pensioen (€500.000 tot €1 miljoen per ex-bankier) [1]
    Britse commissie wil roekeloze bankiers opsluiten.[2]
Vertalingen
Verwijzingen
  1. www.telegraaf.nl
  2. www.nu.nl

Werkwoord

vervoeging van
bankieren

bankier

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bankieren
    Ik bankier.
  2. gebiedende wijs van bankieren
    Bankier!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bankieren
    Bankier je?