Arabisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

ISO 639-3
ara
bestand
Uitspraak
Woordafbreking
  • Ara·bisch
enkelvoud meervoud
naamwoord Arabisch -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

Arabisch o

  1. (taal) een taal oorspronkelijk van het Arabisch schiereiland en de taal waarin de Koran gelezen hoort te worden
  2. een van het Aramitisch afgeleid alfabet dat gebruikt wordt voor het schrijven van het Arabisch, Perzisch, Pashto, Urdu en Oeigoers
Vertalingen
stellend
onverbogen Arabisch
verbogen Arabische

Bijvoeglijk naamwoord

Arabisch (Arabische)

  1. (demoniem) verwijzend naar de Arabische taal, cultuur, het alfabet of Arabië
Vertalingen

Meer informatie


Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Ara·bisch
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

Arabisch o

  1. (taal) Arabisch.
    «Das Arabisch kennt viele verschiedene Varietäten und Dialekte.»
    Het Arabisch kent veel verschillende variëteiten en dialecten.
  2. Arabisch (alfabet).
    «Es gibt für jedes Schriftzeichen im Arabischen drei Formen: eine für den Wortanfang, eine für das Wortinnere und eine für das Wortende.»
    Er zijn voor elk teken in het Arabisch drie vormen: één voor het begin van het woord, één voor in het woord en één voor aan het eind van het woord.
Verbuiging
Antoniemen
Afkorting
  • (ISO 639-1) ar, (ISO 639-2) ara
Hyperoniemen