Uit WikiWoordenboek
slag
- m militair treffen.
- Adolf van Nassau bleef in de slag
- m het opzettelijk doen belanden van een hand of een voorwerp op iemand.
- De slagen regenden neer op zijn gezicht.
- m figuurlijk: een pijnlijke of nadelige gebeurtenis.
- Hij kreeg slag op slag te verwerken, eerst stierf zijn vrouw, daarna zijn zoon.
- m (kaartspel) een aantal kaarten, van iedere speler gewoonlijk één, die door een bepaalde speler gewonnen worden.
- Door de lengte van zijn troefkaart wist hij nog twee slaagjes te winnen.
- o een soort of categorie, gewoonlijk van mensen.
- Mensen van zijn slag beginnen zeldzaam te worden.
5. een soort of categorie, gewoonlijk van mensen