rechtbank

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • recht·bank
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rechtbank rechtbanken
verkleinwoord (rechtbankje) (rechtbankjes)

Zelfstandig naamwoord

rechtbank v/m

  1. (juridisch) een instelling waar rechtgesproken wordt
    Bij moet morgen naar de rechtbank.
  2. gerechtsgebouw
  3. aanrecht (in de keuken)
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie