klop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • klop

Werkwoord

vervoeging van
kloppen

klop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kloppen
    Ik klop.
  2. gebiedende wijs van kloppen
    Klop!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kloppen
    Klop je?


Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
klop
geklop
volledig

Werkwoord

klop

  1. kloppen
    «Ek het geklop aan 'n deur in 'n donker straat agter die teater.»
    Ik klopte op een deur in een donkele straat achter het theater.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen