ransel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • ran·sel

Werkwoord

vervoeging van
ranselen

ransel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ranselen
    Ik ransel.
  2. gebiedende wijs van ranselen
    Ransel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ranselen
    Ransel je?
enkelvoud meervoud
naamwoord ransel ransels
verkleinwoord ranseltje ranseltjes

Zelfstandig naamwoord

ransel m

  1. (kleding) een vierkant soort rugzak, zoals deze eertijds door soldaten gedragen werd
    Vandaag dragen veel studenten hun boeken in een moderne versie van de ransel.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen