geld
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- geld
Woordherkomst en -opbouw
|
|
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | geld | gelden |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
geld o
- een ruilmiddel dat gegarandeerd wordt door een land waarmee goederen en diensten kunnen worden gekocht
- Hij ging uit eten, maar toen hij moest betalen kwam hij erachter dat hij geen geld bij zich had.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
- geld opzijzetten
- voor hetzelfde geld
Anagrammen
Vertalingen
1. een ruilmiddel dat gegarandeerd wordt door een land waarmee goederen en diensten kunnen worden gekocht
|
|
voor hetzelfde geld
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| gelden |
geld
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gelden
- Ik geld.
- gebiedende wijs van gelden
- Geld!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gelden
- Geld je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
Zelfstandig naamwoord
geld