beleggen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Lettergrepen
  • be·leg·gen

Werkwoord

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beleggen
belegde
belegd
volledig
beleggen
  1. geld steken in een naar verwacht winstgevende onderneming
  2. een scheepstouw vastmaken
  3. het toevoegen van (boter en) beleg aan een snee brood, zodat deze een boterham wordt

Verwijzingen

1.belegging 3.belegde broodjes

Vertalingen
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen