beleggen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·leg·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beleggen |
belegde |
belegd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
beleggen
- (overgankelijk) geld steken in een naar verwachting winstgevende onderneming of in waardepapieren
- (overgankelijk) (scheepvaart) een scheepstouw vastmaken, vastsjorren
- (overgankelijk) het toevoegen van (boter en) beleg aan een snee brood, zodat deze een boterham wordt (bedekken door er iets op te leggen)
- bijeenroepen, houden
- Ongeveer eens in de twee maanden wordt een vergadering belegd
Verwante begrippen
- [1] belegging
Vertalingen
1. geld steken in een naar verwacht winstgevende onderneming
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.