banket
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ban·ket
| 1 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | banket | banketten |
| verkleinwoord | banketje | banketjes |
| 2 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | banket | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
banket o
- een feestelijke, officiële maaltijd
- Zij gaven gisteren een banket.
- een vet en zoet gebak van bladerdeeg dat gevuld is met spijs
- Wij vinden banket heerlijk!
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.