banket

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ban·ket
1 enkelvoud meervoud
naamwoord banket banketten
verkleinwoord banketje banketjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord banket -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

banket o

  1. een feestelijke, officiële maaltijd
    Zij gaven gisteren een banket.
  2. een vet en zoet gebak van bladerdeeg dat gevuld is met spijs
    Wij vinden banket heerlijk!

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen