economie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- eco·no·mie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | economie | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
economie v
- (wetenschap) de leer die zich bezighoudt met de voortbrenging en verdeling van schaarse goederen en diensten
- Ik had een onvoldoende voor economie, maar mocht toch naar de volgende klas.
- (economie), de economische praktijk ofwel het geheel van productie, handelsverkeer en diensten binnen een bepaalde regio
- De economie loopt in dat land al jaren slecht.
- (economie), het economisch systeem ofwel de wijze waarop de economische praktijk is ingericht
- Zuinigheid
Synoniemen
- staathuiskunde
- bedrijvigheid, marktsamenleving
- nationale huishouding, staatshuishouding
- bezuiniging, doelmatigheid
Verwante begrippen
Vertalingen
1. de leer die zich bezighoudt met de voortbrenging en verdeling van schaarse goederen en diensten
2. het geheel van productie, handelsverkeer en diensten binnen een bepaalde regio
|
|