economie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
1. economie (Laffer-curve)

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eco·no·mie
enkelvoud meervoud
naamwoord economie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

economie v

  1. (wetenschap) de leer die zich bezighoudt met de voortbrenging en verdeling van schaarse goederen en diensten
    Ik had een onvoldoende voor economie, maar mocht toch naar de volgende klas.
  2. (economie), de economische praktijk ofwel het geheel van productie, handelsverkeer en diensten binnen een bepaalde regio
    De economie loopt in dat land al jaren slecht.
  3. (economie), het economisch systeem ofwel de wijze waarop de economische praktijk is ingericht
  4. Zuinigheid
Synoniemen
  1. staathuiskunde
  2. bedrijvigheid, marktsamenleving
  3. nationale huishouding, staatshuishouding
  4. bezuiniging, doelmatigheid
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen